Op de tandem

Niet kunnen zien, honderd kilometer in de benen en tóch lachen? Ja hoor, zeg maar gerust een hele dag lachen!

Het was in september 2014. Een ogenschijnlijk gewone zaterdag bleek een hartverwarmende dag. Ik reed mee met een fietstocht voor visueel gehandicapten; op de tandem, als voorrijdster. In alle vroegte stond ik bij Ria op de stoep. Van april tot oktober fietst ze op zaterdag tandemtochten met Vigeta. Haar vaste voorrijder was op vakantie en ik viel voor hem in.
Ik fiets al jaren op vrijdagmiddag met Ria, maar op zaterdag zijn de tochten net even langer. Minimaal honderd kilometer hadden we te gaan. Holy moly dat wordt kilometervreten, dacht ik toen ik de tandem uit haar garage haalde. En Ria? Die had er reuze zin in. Tja, die draait haar hand niet om voor een dergelijk ‘tochtje’.
Twee korte zwarte fietsbroeken, een paar stevige bruine en een paar stevige witte benen bestegen de tandem.
‘Zit je?’ vroeg ik.
‘Ja!’ ‘Daar gaan we.’
Tegelijkertijd duwden we onze rechter trappers naar beneden en weg waren we. Met een brede lach op ons gezicht fietsten we door het platteland, via enkele kerkdorpen, naar de opstapplaats van die dag: Tholen. Slechts twee keer moest ik de weg vragen. Het liep gesmeerd en na dertig kilometer arriveerden we in het Zeeuwse stadje. Het was nog heiig toen we aankwamen bij clubhuis/café ‘Het Koggedek’ aan de haven. Tandems waren door vrijwilligers al op de kade klaargezet. (Voor de meeste deelnemers begon hier de fietstocht). Ria en ik roken de warme, bittere geur van koffie bij binnenkomst. Veel mensen uit de doelgroep en begeleiders waren er al. We gaven iedereen een hand of schouderklopje, vertelden wie we waren en maakten een praatje. Er hing een gezellige sfeer en na een bakkie leut met een overheerlijke, ‘plakkerige’ Zeeuwse bolus erbij, vertrokken we met z’n allen voor een fietstocht van veertig kilometer.
Kort na vertrek brak de zon door de wolken en de dag kon niet meer stuk. Met elf tandems en vijf gewone fietsen toerden we door polders en langs het water van de Oosterschelde. Een aantal van ons zag bloemenvelden met paarse, rode, roze, gele en witte bloemen. Zeilboten voeren op het glinsterde water, stenen bedekt met alg kleurden het zandstrand, schapen graasden op de dijken en verliefde stelletjes lagen in het gras. De lucht was lichtblauw met hier en daar een witte wolk. We hoorden meeuwen kwetteren, schapen blaten en bladeren ruisen. We roken de boerenlucht, uitlaatgassen van tractors en de overheerlijke geur van versgemaaid gras. De wind waaide langs onze wangen waaien en we proefden de zilte zee op onze lippen.
Het zout werd tijdens de lunch op het zonnige terras van ‘de Zeester’ in Sint-Maartensdijk met een consumptie weggespoeld. Al pratend over de mooie omgeving genoten we met de zon op onze toet van het middagmaal. Ik keek in het rond. Wat een saamhorigheid. Wat een geweldige familie om een dagje bij te horen!  Wel was het voor mij even wennen om in een groep te fietsen. Het tempo lag iets lager. Niet erg, iedereen moet kunnen deelnemen. De tocht kostte Ria wel remblokjes, want ik moest regelmatig de rem inknijpen. Vriendelijk maar dwingend riep ik: ‘Ho, ho, ho! Niet zo hard trappen, Ria. Er rijden mensen voor ons.’ De fietsers nabij ons, lachten hardop: ‘Zo gaat dat altijd met Ria. Die is niet te houden. Die barst van de energie.’
Met telkens een ander duo of een andere solist(e) in de buurt fietsten Ria en ik in de stroom van de groep mee. Piet, die samen met Jac naast ons reed, legde aan Jac uit wat er zoal te zien was. ‘Jongen!’ zei hij. ‘Een zeemeermin hier rechts bij het water. Wat is ze mooi, en wat een prachtige staart heeft ze!’ Met z’n vieren schoten we in een aanstekelijke lach. Zo gaat dat vaak bij de club, omdat het kan, grappen maken over een handicap. De voorrijders kennen hun achterrijders door en door. Grappen worden met respect gemaakt. Bovendien kunnen de mensen uit de doelgroep er zelf ook wat van. En zeg nou zelf: lachen is gezond, nietwaar?
Bij terugkomst in het clubgebouw dronken de meesten nog wat. Ria en ik kozen voor een koele, dorstlessende drank met schuim erop. Die hadden we wel verdiend. En we hadden nog dertig kilometer te gaan, dus dan moet je goed drinken. Op het terras in de zon blikten we terug op een prachtige gezellige tocht.
We namen afscheid van de laatste ‘plakkers’ en Ria en ik legden onze resterende tweeëndertig kilometer af. Onze monden stonden niet stil, zoals gewoonlijk. Af en toe klonk een bulderend lachsalvo, zoals gewoonlijk. Onderweg aten we nog een paar boterhammen en zonder een centje (zadel)pijn kwamen we thuis. Ik sliep die nacht als een roosje en genoot de andere dag nog na.

Op de tandem
Ria en ik

 

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *