Blind voor 1 dag

‘Een beetje zag ik er tegenop. Ik was bang dat ik heel duizelig zou worden. Uiteindelijk viel dát mee.’

Op 21 juni 2017, de langste dag van het jaar, organiseerde het Oogfonds: Blind voor 1 dag. Een landelijke actie waarbij je voor twee, vier of acht uur ‘blind’ of ‘slechtziend’ door het leven kon gaan. Dit om meer begrip te krijgen voor mensen met een visuele beperking én om geld in te zamelen voor wetenschappelijk onderzoek naar oogziektes.

Ik ging ‘blind’ voor vier uur, om even in de schoenen van mijn vriendin Ria te staan. Lees hier mijn ervaringsverhaal:

15.45 uur | Blind-bril
Met de auto arriveerde ik bij Ria. Tegelijkertijd stapte een dame van Omroep Brabant uit haar auto. Ze kwam filmen voor t.v. en interviewen voor de radio. We liepen samen bij Ria naar binnen waar plastic vogeltjes ons detecteerden. Door hun zang wist Ria dat wij eraan kwamen. Terwijl we gedrieën aan de keukentafel zaten, zette ik om klokslag 16.00 uur mijn eigen bril af en mijn blind-bril op. Confronterend. Ik zag alleen maar zwart, werd licht in mijn hoofd, traag en bedachtzaam.
Ik legde aan de journaliste uit dat ik mijn uitdagingen zelf had mogen verzinnen: ramen zemen, friet bakken in de airfryer (frietvet vind ik te gevaarlijk!) en achterop de tandem. Ja! Achterop, in plaats van voorop.
Ik ging niet bij Ria achterop. Dat zou ongelukken kunnen veroorzaken. Ik had Johan gevraagd. Johan is een doorgewinterde voorrijder bij Vigeta.

16.15 uur | Ramen zemen
Ik begon met ramen zemen. De emmer en het aanrecht kon ik goed vinden. Ik weet immers de weg in het huis van mijn vriendin waar alles een vaste plaats heeft. Maar hoeveel water en hoe groot de scheut spiritus was die ik in de emmer deed, daar had ik geen idee van. Ik tilde de emmer op. Oef, zwaarder dan ik dacht.
Buiten sopte ik het eerste raam. De blind-bril, die op een grote zwembril leek, plakte aan mijn gezicht. Het raam kon ik niet streeploos afleveren. Het was 32 graden die dag. Het raam was al droog voordat ik er met een raamwisser overheen kon.
Ria leidde me naar de volgende vijf ramen door me te roepen. Het was handig om op het geluid af te lopen van mijn ervaringsdeskundige. Toen ik klaar was met ramen zemen voelde Ria eraan. ‘Wat blinken ze mooi!’ zei ze. Goedgekeurd dus. Of haar vingerafdrukken er nu opstonden, dat kon ik niet zien.

17.00 uur | Kopje thee
De dame van Omroep Brabant vertrok. Tijd voor een kopje thee. Weer liep ik naar het aanrecht. Dit keer om de waterkoker met water te vullen. Nadat ik het apparaat aandrukte liep ik naar de keukenkast om bosvruchtenthee te pakken.
Behoedzaam vulde ik twee theeglazen met heet water. Daarbij voelde ik met mijn linker wijsvinger hoe vol ze geraakten, zoals Ria dat doet. Ik sopte de theebuiltje tien keer, zoals Ria dat doet.
Aan de keukentafel dronken we met z’n tweeën gezellig een kopje thee. We waren even samen blind. Maar ik nog wel het meest: ik had namelijk geen bosvruchten-, maar muntthee gezet.

17.15 uur | Friet bakken
De airfryer ging aan en Ria’s sprekende wekker werd mijn hulpmiddel. Toen ik hem zocht met mijn rechterhand sloeg ik twee bidons van de vensterbank af. Ook vielen er een paar frietjes naast het bakje van de airfryer toen ik hem vulde. Toch hadden we nog genoeg friet om van te smullen. Friet bakken ging goed. Met een vork mijn bord leegeten lukte minder goed. Ik gebruikte stiekem mijn vingers.

18.15 uur | Achterop de tandem
Om kwart over zes kwam Johan bij Ria binnen. Nu werd het spannend. Ik ben dan wel gewend om te tandemfietsen; blind achterop is toch een ander verhaal. Johan stelde me gerust, zette mijn zadel goed en met mijn linkerhand op het achterste stuur en mijn rechterhand op het achterste zadel volgde ik hem richting straat. Daar aangekomen gingen we op de tandem zitten en zetten we onze voorvoeten op de grond. Ik zocht naar de handremmen. Oeps, die waren er niet.
We zetten onze rechtervoet op de rechtertrapper. Op dat moment klopte mijn hart in mijn keel! De fiets helde wat naar links. Voor mijn gevoel helde hij zo veel naar links dat ik bang was om op straat te gaan vallen. Weer stelde Johan mij gerust. Daarna gaf hij het startsein, trapten we de rechtertrapper naar beneden, trok de fiets zich recht en weg waren we. Een goede start.
Johan reed een voor mij bekende weg. Hij benoemde de straatnamen, de cafés, flauwe bochten, scherpe bochten, manoeuvreerde door hekketjes en vertelde me wat er te zien was. Zijn uitleg maakte dat ik me betrokken voelde. Wat was ik blij met mijn ervaren voorrijder. Hij gaf me het gevoel dat ik in veilige handen was.
Omdat ik geen idee had hoe hard of zacht we fietsten vroeg ik het aan Johan. ‘Tweeëntwintig,’ zei hij. Ook had ik geen idee van afstand of tijd. Wat ik wel had was een achtbaan gevoel. Een achtbaan in het donker. Mijn helm was ik vergeten dus de wind waaide rond mijn oren. De tandem zwiepte aan de achterkant een beetje van links naar rechts. Hij zwiepte vooral als we over los zand reden. Ik wipte van mijn zadel omhoog daar waar een boomstronk het asfalt naar boven duwde.
Tijdens de tocht keek ik naar boven. Ik zag natuurlijk niets. Voor mijn gevoel keek ik naar één punt bovenin mijn bril. Op die manier concentreerde ik me. Soms keek ik even naar beneden, om mijn oren te spitsen. Alhoewel ik redelijk goed kon loslaten dat ik geen controle over de tandem had, voelde ik een lichte spanning in mijn onderarmen alsof ik continue alert wilde zijn voor het geval er iets zou gaan gebeuren. Geluiden kwamen harder binnen dan normaal. ik ging ervanuit dat mijn voorrijder de auto’s zag die ik hoorde.
Johan fietste in een laag verzet. Ik ben gewend in een hoog verzet te fietsen. Maar als achterrijder moet je je aanpassen aan je voorrijder. Dat deed ik ook.
Na achtentwintig kilometer kwamen we bij Ria aan. We stapten af. Toen werd ik heel duizelig. Na even stil gestaan te hebben was het over. Ik volgde Johan en de tandem naar de tuin van Ria. Daarna leidde Johan me naar binnen en dronken we gedrieën enkele flesjes bier: Windkracht 6. Dit bier heeft niets met mijn boek te maken, behalve dat het toevallig dezelfde naam draagt.

20.00 uur | Blind voor vier uur
Om klokslag acht uur zette ik mijn blind-bril af. Het spikkelde voor mijn ogen. Ik moest wennen aan het licht. Uiteraard was ik blij dat ik weer kon zien. Vooral toen ik mijn eigen bril weer opzette.

Opbrengst doneeractie
Familie, vrienden en bekenden doneerden 835 euro op mijn actiepagina ‘Spring maar achterop bij mij’. Dit was een klein deel van de 57.800 euro die het Oogfonds in ontvangst mocht nemen. Een mooi totaalbedrag!

Ervaring
Ik ervoer mijn 4 uur ‘blind zijn’ als confronterend, vermoeiend en leuk tegelijk. Blind zijn is niet zielig, maar wel verdraaid lastig.

Woord van dank
Ik wil alle donateurs bedanken voor hun gift! En ik bedank Ria en Johan voor hun begeleiding!

Agnes van Overveld

 

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *